ECLI:NL:RVS:2008:BC2136
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.W. Mouton
- M.W.L. Simons-Vinckx
- W. Sorgdrager
- Rechtspraak.nl
Weigering milieuvergunning Biomassa Holding B.V. op grond van Wet bibob vanwege ernstig gevaar strafbare feiten
Het college van gedeputeerde staten van Limburg weigerde op 3 oktober 2006 een milieuvergunning aan Biomassa Holding B.V. voor het oprichten en exploiteren van een biomassacentrale. Deze weigering was mede gebaseerd op een advies van het Bureau bibob, dat een ernstig gevaar constateerde dat de vergunning gebruikt zou kunnen worden voor strafbare feiten.
Biomassa, inmiddels failliet en vertegenwoordigd door haar curator, stelde beroep in tegen het besluit. Zij voerden onder meer aan dat het college ten onrechte het Bureau bibob had ingeschakeld, dat het advies onjuist was en dat het college het advies niet volledig aan hen had verstrekt. De Raad van State oordeelde dat het college bevoegd was het Bibob-instrument in te zetten en dat het niet verplicht was het advies integraal te verstrekken vanwege geheimhoudingsregels.
Verder werd geoordeeld dat de derde, die in het Bibob-onderzoek betrokken was, terecht als zakelijk samenwerkingsverband met Biomassa werd aangemerkt. Het advies was zorgvuldig opgesteld en voldoende onderbouwd. De Raad van State vond dat het college de belangen zorgvuldig had afgewogen en dat de weigering van de vergunning proportioneel was gezien het ernstige gevaar en de mogelijke gevolgen.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van Biomassa Holding B.V. tegen de weigering van de milieuvergunning is ongegrond verklaard.