ECLI:NL:RVS:2008:BC1865
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- S.J.E. Horstink-Von Meyenfeldt
- Rechtspraak.nl
Schending hoor en wederhoor bij voortzetting vreemdelingenbewaring
De vreemdeling was in vreemdelingenbewaring gesteld en had tegen de voortzetting daarvan beroep ingesteld bij de rechtbank 's-Gravenhage. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling stelde dat hij een reactie op een voortgangsrapportage had ingediend die niet was betrokken bij de beoordeling van het beroep.
De Raad van State constateerde dat de rechtbank de reactie van de vreemdeling wel had ontvangen, maar deze per abuis in een ander dossier had gevoegd, waardoor deze niet was meegenomen in de beoordeling. Dit leidde tot schending van het beginsel van hoor en wederhoor en daarmee tot een oneerlijk proces.
Hoewel de Vreemdelingenwet 2000 geen hoger beroep tegen deze uitspraak toestaat, oordeelde de Raad van State dat vanwege de fundamentele schending van procesrechten toch kennis moet worden genomen van het hoger beroep. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en de zaak werd terugverwezen voor een nieuwe behandeling met inachtneming van het hoor en wederhoor.
Daarnaast werd vastgesteld dat de kosten van het hoger beroep voor vergoeding in aanmerking komen en dat de rechtbank hierover zal beslissen.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd wegens schending van hoor en wederhoor en de zaak wordt terugverwezen voor herbehandeling.