ECLI:NL:RVS:2007:BC0715
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- D. Roemers
- P.B.M.J. van der Beek Gillessen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering tewerkstellingsvergunning wegens onvoldoende wervingsinspanningen
In deze zaak heeft een tuinbouwbedrijf hoger beroep ingesteld tegen de weigering van de Centrale organisatie werk en inkomen (CWI) om tewerkstellingsvergunningen te verlenen voor 99 werknemers. De CWI baseerde haar besluit op het beleid dat vereist dat werkgevers voldoende inspanningen moeten aantonen om eerst prioriteitgenietend aanbod op de arbeidsmarkt te benutten.
De rechtbank had het beroep van het tuinbouwbedrijf ongegrond verklaard, omdat het bedrijf onvoldoende had aangetoond dat het niet mogelijk was om de arbeidsplaatsen met prioriteitgenietend aanbod te vervullen. Het bedrijf voerde aan dat de aard van het seizoenswerk in de aspergeteelt zodanig was dat geen geschikte werknemers beschikbaar waren, en dat de CWI ten onrechte de bewijslast geheel bij hen had gelegd.
De Raad van State oordeelde dat het beleid van de CWI niet in strijd is met de wet of het EVRM en dat de bewijslast terecht bij de werkgever ligt. Tevens werd geoordeeld dat het bedrijf onvoldoende had deelgenomen aan het door de CWI georganiseerde Project Seizoensarbeid en dat andere wervingsinspanningen onvoldoende waren onderbouwd. Het beroep werd daarom kennelijk ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van de tewerkstellingsvergunningen wordt bevestigd.