ECLI:NL:RVS:2007:BC0702
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Vaststelling geen afhankelijkheidsrelatie bij aanvraag verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris wees een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarbij zij oordeelde dat sprake was van een afhankelijkheidsrelatie tussen de vreemdeling en haar moeder.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in bij de Raad van State. De Raad overwoog dat de vreemdeling onvoldoende objectief bewijs had geleverd, zoals medische attesten, om de afhankelijkheid van haar moeder aannemelijk te maken. De hulp moest concreet van aard zijn volgens de Dublinverordening en de Uitvoeringsverordening.
Daarnaast oordeelde de Raad dat de rechtbank buiten de grenzen van het geschil was getreden door toetsing aan beleidsregels die niet aan de orde waren gesteld. De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak bevestigt de strikte toepassing van de Dublinverordening en de noodzaak van objectief bewijs voor afhankelijkheidsrelaties bij asielaanvragen.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning blijft in stand.