ECLI:NL:RVS:2007:BC0543
Raad van State
- Hoger beroep
- B. van Wagtendonk
- B. Klein Nulent
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van sloopvergunning ondanks bezwaar appellante in Delfshaven
Het dagelijks bestuur van de deelgemeente Delfshaven verleende op 30 december 2004 en 1 maart 2005 sloopvergunningen aan Ontwikkelingsbedrijf Rotterdam voor diverse panden in Rotterdam. Appellante maakte bezwaar tegen deze besluiten, welke aanvankelijk niet-ontvankelijk werden verklaard. De rechtbank Rotterdam verklaarde het bezwaar later gegrond en vernietigde het besluit tot niet-ontvankelijkheid.
Na hernieuwde beslissing van het dagelijks bestuur werden de bezwaren van appellante ongegrond verklaard, waarna de rechtbank het beroep van appellante ongegrond verklaarde. Appellante stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelt dat het college terecht de sloopvergunning heeft verleend. Artikel 21, eerste lid, van de Wet op de stads- en dorpsvernieuwing staat niet in de weg aan het verlenen van een sloopvergunning voorafgaand aan een bouwvergunning, zeker nu een aanvraag voor een bouwvergunning voor heroprichting reeds was ingediend. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond, waardoor de sloopvergunningen rechtsgeldig blijven.