ECLI:NL:RVS:2007:BC0537
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- W. Konijnenbelt
- K.J.M. Mortelmans
- Rechtspraak.nl
Weigering experimenteerstatus voor grensoverschrijdend woningbouwproject in Luik
De minister weigerde de stichting Woningstichting Sint Servatius toestemming te verlenen voor een grensoverschrijdend woningbouwproject in Luik (België), omdat toegelaten instellingen op grond van de Woningwet uitsluitend in Nederland werkzaam mogen zijn. Servatius stelde beroep in en de rechtbank Maastricht verklaarde het beroep gegrond, oordeelde dat het besluit een beperking van het vrije kapitaalverkeer vormt en onvoldoende is gemotiveerd.
De minister ging in hoger beroep en handhaafde zijn standpunt dat het belang van de Nederlandse volkshuisvesting en de wettelijke kaders een beperking rechtvaardigen. De Raad van State overwoog dat het geschil onder het EG-Verdrag valt en stelde prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie over de interpretatie van artikel 56 (vrije kapitaalverkeer), artikel 58 (openbare orde), artikel 86 (diensten van algemeen economisch belang) en artikel 87 (staatssteun).
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de minister terecht het experiment buiten Nederland weigerde vanwege het belang van de Nederlandse volkshuisvesting en het ontbreken van aannemelijkheid dat het project in Luik bijdraagt aan de Nederlandse woningmarkt. De zaak werd geschorst in afwachting van het prejudiciële oordeel van het Hof van Justitie over de juridische vragen rond beperkingen, rechtvaardigingen, proportionaliteit en de rol van staatssteun.
De uitspraak bevat uitgebreide analyse van het nationale en Europese recht, de positie van toegelaten instellingen, de verhouding tussen sociale en commerciële activiteiten, en de voorwaarden waaronder beperkingen van het vrije kapitaalverkeer kunnen worden gerechtvaardigd. De Raad van State benadrukt de noodzaak van transparantie en scheiding van activiteiten en stelt dat het Hof van Justitie duidelijkheid moet verschaffen over de toepasselijkheid van de genoemde verdragsartikelen in deze context.
Uitkomst: Behandeling hoger beroep geschorst en prejudiciële vragen gesteld aan het Hof van Justitie over beperkingen van het vrije kapitaalverkeer en rechtvaardigingsgronden.