ECLI:NL:RVS:2007:BC0031
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- D. Roemers
- P.B.M.J. van der Beek Gillessen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing schadevergoeding na onthouden opvang en verstrekkingen aan asielzoeker
Appellant, een asielzoeker, verzocht het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa) om verstrekkingen op grond van de Regeling verstrekkingen asielzoekers 2005 (Rva 2005). Na aanvankelijke afwijzing verleende het COa alsnog de wekelijkse financiële toelage met terugwerkende kracht voor de periode 24 januari tot 29 maart 2007. Appellant vorderde daarnaast vergoeding van schade wegens het onthouden van toegang tot de opvang en het niet kunnen gebruiken van voorzieningen zoals onderdak, medische en sociale hulp.
De rechtbank wees het verzoek tot schadevergoeding af omdat appellant de gestelde schade niet aannemelijk had gemaakt. De enkele omstandigheid dat appellant geen gebruik kon maken van de voorzieningen was onvoldoende bewijs voor daadwerkelijke schade. De Raad van State bevestigt dit oordeel en wijst het hoger beroep af.
Daarnaast oordeelde de Raad dat het verzoek van de procesvertegenwoordiger van de Immigratie- en Naturalisatiedienst namens appellant niet kan worden aangemerkt als een verzoek in de zin van artikel 3, vierde lid, van de Rva 2005, omdat deze bepaling ziet op categorieën vreemdelingen en niet op individuele gevallen. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de schadevergoeding wordt bevestigd.