ECLI:NL:RVS:2007:BB9990
Raad van State
- Hoger beroep
- T.M.A. Claessens
- A.W.M. Bijloos
- P.B.M.J. van der Beek Gillessen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vrijheidsontnemende maatregel en afwijzing schadevergoeding in vreemdelingenzaak
Appellant werd op 26 september 2007 een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd op grond van artikel 6 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij werd op 28 en 29 september 2007 gehoord in verband met zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel en bijgestaan door een rechtsbijstandverlener. De redenen voor de maatregel werden hem op 1 oktober 2007 in een taal die hij verstaat medegedeeld. Appellant stelde beroep in bij de rechtbank, die op 15 oktober 2007 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij niet onverwijld was geïnformeerd over de redenen van zijn vrijheidsontneming, zoals vereist in artikel 5, tweede lid, EVRM. De Raad van State overwoog dat, ongeacht of appellant onverwijld op de hoogte was gesteld, de belangen die dit artikel beoogt te beschermen onder de gegeven omstandigheden niet waren geschonden. De grief faalde en het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
De Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank, verbeterde de motivering en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan in het openbaar op 30 november 2007 door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.