Uitspraak
200302977/1, is bepaald dat het besluit omtrent goedkeuring wordt vernietigd ten aanzien van artikel 16, vijfde lid, en artikel 3, tweede lid, onder 2.1. van de planvoorschriften, voor zover daarin is bepaald dat de te verlenen vrijstelling voor de bouw van een windturbine niet zal worden toegepast op een afstand van minder dan 500 meter tot de aangesloten woonbebouwing van Camminghaburen en Adlân. Dit betekent niet dat de vrijstellingsregeling ten tijde van het nemen van de beslissingen op bezwaar in werking was zonder de beperkende voorwaarden als vervat in artikel 3, tweede lid, onder 2.1., van de planvoorschriften, maar houdt in dat de vrijstellingsregeling als zodanig niet in werking was. Een andere uitleg zou bovendien met zich brengen dat het van het college van gedeputeerde staten gevergde nadere onderzoek zinledig zou zijn. Ook anderszins kent het bestemmingsplan geen vrijstellingsmogelijkheid voor windmolens, zodat het college zich terecht op het standpunt gesteld dat het verlenen van een vrijstelling, als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de WRO niet mogelijk is.