ECLI:NL:RVS:2007:BB8946
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- M.A.A. Mondt-Schouten
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Vaststelling boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen bevestigd in hoger beroep
De staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde aan [wederpartij] een boete van €8.000 op wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De rechtbank Maastricht verklaarde het beroep van [wederpartij] tegen deze boete gegrond en vernietigde het besluit, waarna de minister hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat het laten verrichten van arbeid door vreemdelingen zonder vergunning een beboetbaar feit is, ongeacht of sprake is van een arbeidsovereenkomst, gezagsverhouding of beloning. Het verweer dat het ging om een vriendendienst bood geen grond om af te zien van boeteoplegging of matiging van het boetebedrag.
Verder werd het argument van de minister dat de boete passend is vanwege verdringing van legaal arbeidsaanbod en concurrentievervalsing onderschreven. De Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond, waarmee de boete gehandhaafd bleef.
Uitkomst: De boete van €8.000 wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen wordt bevestigd en het beroep ongegrond verklaard.