ECLI:NL:RVS:2007:BB8868
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- T.M.A. Claessens
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dat Griekenland zijn verdragsverplichtingen nakomt bij overdracht van asielzoeker
De zaak betreft het hoger beroep van de staatssecretaris van Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage die het beroep van een asielzoeker gegrond verklaarde en het besluit tot afwijzing van zijn verblijfsvergunning vernietigde.
De asielzoeker stelde dat overdracht aan Griekenland zou leiden tot schending van zijn rechten op grond van het Vluchtelingenverdrag en het EVRM, onder meer vanwege een lopend onderzoek van de Europese Commissie naar de Griekse asielprocedure en het ontbreken van een categoriaal beschermingsbeleid voor Irakezen uit Centraal Irak.
De Raad van State oordeelde dat de enkele stelling van een onderzoek door de Europese Commissie onvoldoende concreet is om te concluderen dat Griekenland zijn verdragsverplichtingen niet nakomt. Ook het ontbreken van een categoriaal beschermingsbeleid betekent niet dat Griekenland tekortschiet in zijn verplichtingen. De Raad verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de asielzoeker ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van de asielzoeker wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning gehandhaafd.