ECLI:NL:RVS:2007:BB8866
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- D. Roemers
- M.A.A. Mondt-Schouten
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak over voortvarendheid in vreemdelingenbewaring en uitzettingsprocedure
Appellant werd op 19 september 2007 in vreemdelingenbewaring gesteld en stelde beroep in tegen dit besluit. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees tevens het verzoek om schadevergoeding af. Appellant stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
Appellant betoogde dat de staatssecretaris onvoldoende voortvarend had gehandeld in de uitzettingsprocedure, met name dat tot aan de zitting van de rechtbank op 27 september 2007 geen uitzettingshandelingen waren verricht. De staatssecretaris gaf aan dat appellant op 21 september 2007 was gehoord, op 25 september 2007 was overgeplaatst naar een detentieboot en het dossier op 26 september 2007 was verzonden naar de Dienst Terugkeer en Vertrek.
De Raad van State oordeelde dat uit de stukken niet blijkt dat de staatssecretaris niet voortvarend heeft gehandeld. Hoewel niet alle handelingen direct na het verhoor plaatsvonden, was er geen sprake van een inbreuk op de vereiste voortvarendheid bij uitzettingen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd, met een verbetering van de motivering. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.