ECLI:NL:RVS:2007:BB8491
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins de Vin
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over contra-expertise in vreemdelingenzaak
De zaak betreft een hoger beroep van de staatssecretaris van Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank die het beroep van een vreemdeling gegrond verklaarde tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
De kern van het geschil is of de vreemdeling binnen de door de minister gestelde termijn heeft aangetoond dat hij een contra-expertise is gestart, en of het ontbreken van uitstel voor het indienen van een zienswijze leidt tot schending van de zorgvuldigheid bij de besluitvorming. De vreemdeling had een opdracht aan De Taalstudio gegeven voor een contra-expertise zonder voorbehoud, wat volgens de rechtbank voldoende was om aan te tonen dat de contra-expertise was opgestart.
De staatssecretaris voerde aan dat een verklaring van De Taalstudio nodig was om te bewijzen dat de opdracht was aanvaard en dat het rapport van de contra-expertise niet in de beoordeling mocht worden betrokken omdat het niet in de bestuurlijke fase was overgelegd. De Raad van State oordeelde echter dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat de vreemdeling binnen de termijn had aangetoond dat de contra-expertise was opgestart en dat het rapport in beroep mocht worden betrokken omdat het ontbreken van uitstel niet aan de vreemdeling te wijten was.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van de staatssecretaris ongegrond.