Uitspraak
200503956/1en 21 juni 2006 in zaak no.
200507631/1overwogen, dat bij de planvergelijking rekening moet worden gehouden met hetgeen volgens het bestemmingsplan "Stramproy-West" na uitwerking op perceel [A] maximaal mogelijk was en dat het daarbij gelet op de uitwerkingsregels gaat om woonbebouwing. Dat het college van burgemeester en wethouders in dit geval, anders dan waarvan in genoemde uitspraken sprake was, het bestemmingsplan slechts voor bepaalde percelen heeft uitgewerkt, brengt niet mee dat daarmee de uitwerkingsplicht voor perceel [A] is komen te vervallen. Nu het uitwerkingsplan "'t Lambroek" slechts voor een deel van de gronden met de bestemming "Woongebied II voorlopig agrarische doeleinden" is vastgesteld en geen betrekking heeft op perceel [A], is daarop de uitwerkingsplicht blijven rusten. De omstandigheid dat in de toelichting bij het uitwerkingsplan "'t Lambroek" is vermeld dat die bestemming voor perceel [A] feitelijk niet zal worden uitgewerkt, maakt dit niet anders, nu het bestemmingsplan "Stramproy-West" daardoor niet is gewijzigd. Ook de omstandigheid dat voor het perceel feitelijk een bouwverbod gold, omdat daarop alleen kon worden gebouwd na uitwerking van de bestemming, betekent niet dat bij de planvergelijking hetgeen na uitwerking maximaal mogelijk was buiten beschouwing dient te worden gelaten. Niet de feitelijke situatie is immers van belang, maar hetgeen op grond van het bestemmingsplan "Stramproy-West" na uitwerking maximaal op perceel [A] kon worden gerealiseerd, te weten woonbebouwing, ongeacht de vraag of verwezenlijking daadwerkelijk heeft plaatsgevonden. Het betoog van de gemeenteraad faalt.