ECLI:NL:RVS:2007:BB7982
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- T.M.A. Claessens
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep staatssecretaris tegen vernietiging afwijzing verblijfsvergunning asiel
Bij besluit van 30 januari 2007 wees de minister van Justitie de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel af. De voorzieningenrechter van de rechtbank ’s Gravenhage verklaarde het daarop ingestelde beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, met de opdracht aan de staatssecretaris een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State. De vreemdeling betoogde onder meer dat het hoger beroep niet-ontvankelijk zou zijn omdat hij met onbekende bestemming was vertrokken. De Afdeling overwoog dat dit het procesbelang van de staatssecretaris niet aantast, mede omdat de vreemdeling mogelijk vóór het verstrijken van de overdrachtstermijn kan terugkeren.
Verder wees de Afdeling op de mogelijkheid om de overdrachtstermijn te verlengen tot achttien maanden indien de asielzoeker onderduikt, conform artikel 20, tweede lid, van Verordening (EG) 343/2003. Het betoog dat het hoger beroep niet ontvankelijk is wegens onvolledige gronden werd eveneens verworpen.
De Afdeling oordeelde dat de door de vreemdeling aangevoerde gronden onvoldoende waren om het beroep gegrond te verklaren. Het hoger beroep van de staatssecretaris werd daarom gegrond verklaard, de uitspraak van de voorzieningenrechter vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de voorzieningenrechter vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.