Uitspraak
200206662/1, dat de Wet geluidhinder niet voorziet in geluidgrenswaarden die gelden voor woningen of andere geluidgevoelige objecten op een industrieterrein. De zone die rondom het terrein ligt omvat immers niet mede het terrein zelf. De Afdeling is daarom van oordeel dat de geluidbelasting op een geluidgevoelig object op een gezoneerd industrieterrein, waarvan onder omstandigheden ten aanzien van het kantoor behorend bij de inrichting van appellante sprake zou kunnen zijn, niet bepalend kan zijn voor de beslissing op een aanvraag om vergunning ingevolge de Wet geluidhinder voor een andere inrichting op dat industrieterrein; voor een dergelijk object geldt immers geen grenswaarde die in acht moet worden genomen. De geluidbelasting ter plaatse van het kantoor bij de inrichting van appellante kan dan ook geen grond vormen voor weigering van de gevraagde vergunning. De door appellante gestelde omstandigheid dat de capaciteit van de inrichting wordt verdubbeld ten opzichte van de eerder vergunde situatie maakt dit niet anders.