ECLI:NL:RVS:2007:BB7777
Raad van State
- Hoger beroep
- A.W.M. Bijloos
- R.J.R. Hazen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van ouderbijdrage in justitiële jeugdzorg ondanks bezwaar draagkracht
Het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO) legde aan appellante ouderbijdragen op voor justitiële zorg aan twee kinderen. Appellante maakte bezwaar tegen deze bijdragen, stellende dat rekening had moeten worden gehouden met haar draagkracht. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Raad van State bevestigt dit oordeel.
De Raad overweegt dat artikel 69, tweede lid, van de Wet op de Jeugdzorg (Wjz) en het Uitvoeringsbesluit bepalen dat de hoogte van de ouderbijdrage niet afhankelijk is van de draagkracht van de ouder. De wettelijke regeling sluit uit dat het inkomen of de draagkracht van de ouder een rol speelt bij de vaststelling van de bijdrage. De verplichting uit artikel 404 Boek Pro 1 BW om naar draagkracht te voorzien in kosten van verzorging en opvoeding is hier niet van toepassing.
Verder oordeelt de Raad dat het LBIO terecht van een hoorzitting kon afzien omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was. Aangezien de regelgeving geen ruimte laat voor een afwijking op basis van draagkracht, zou een hoorzitting geen nieuwe feiten opleveren die tot gegrondverklaring konden leiden.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de opgelegde ouderbijdragen zonder draagkrachttoets en verklaart het hoger beroep ongegrond.