ECLI:NL:RVS:2007:BB7305
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- K.J.M. Mortelmans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering inschrijving homeopathische producten in register door College ter beoordeling van geneesmiddelen
Het College ter beoordeling van geneesmiddelen heeft op 20 juni 2003 de aanvragen van appellante voor inschrijving van achttien homeopathische producten in het register afgewezen. Appellante maakte bezwaar, dat op 31 maart 2005 ongegrond werd verklaard. De rechtbank 's-Gravenhage verklaarde het beroep van appellante tegen deze besluiten op 28 september 2006 ongegrond. Appellante stelde daarop hoger beroep in bij de Raad van State.
De kern van het geschil betreft de vraag of de producten voldoen aan de definitie van homeopathisch farmaceutisch product zoals omschreven in het Besluit homeopathische farmaceutische producten en of het dossier van appellante voldoende bibliografische onderbouwing bevat om het homeopathische karakter van de grondstoffen aan te tonen. Het College achtte de bibliografieën ontoereikend en stelde dat het Similia-principe moet worden aangetoond met erkende homeopathische vakliteratuur.
De Raad van State oordeelt dat het College terecht heeft verlangd dat het homeopathische karakter van de grondstof wordt onderbouwd aan de hand van een gedegen bibliografie die het Similia-principe ondersteunt. De gewijzigde richtlijn 2004/27/EG brengt geen zodanige wijziging mee dat het College reeds voor de implementatietermijn een andere maatstaf had moeten hanteren. Ook is het College niet verplicht om publicaties buiten de officieel erkende homeopathische vakliteratuur te accepteren.
De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering tot inschrijving van de homeopathische producten wordt bevestigd.