ECLI:NL:RVS:2007:BB7253
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- M.G.J. Parkins de Vin
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vrijheidsontnemende maatregel bij minderjarige vreemdeling en onderzoek opvangmogelijkheden
De zaak betreft een hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage over de voortzetting van een vrijheidsontnemende maatregel jegens een minderjarige vreemdeling en haar kinderen. De rechtbank had geoordeeld dat de minister onvoldoende onderzoek had gedaan naar minder ingrijpende alternatieven voor de maatregel en dat de voortzetting vanaf 22 augustus 2007 onrechtmatig was.
De minister voerde aan dat het beleid voorziet in een beperkt onderzoek naar opvangmogelijkheden, uitsluitend gericht op door de vreemdeling aangedragen alternatieven, vanwege het risico van onttrekking aan toezicht in reguliere opvangvoorzieningen. De Raad van State oordeelt dat dit beleid redelijk is toegepast en dat de rechtbank ten onrechte het onderzoek van de minister aan banden legde.
Hoewel de belangen van de vreemdeling en haar minderjarige kinderen zwaar wegen, zijn er gegronde redenen voor de vrijheidsontnemende maatregel en is het belang van grensbewaking, dat het gehele Schengengebied betreft, eveneens van belang. Het feit dat het Uitzetcentrum Zestienhoven geschikt is voor gezinnen met jonge kinderen speelt mee.
De Raad van State verklaart het hoger beroep van de vreemdeling ongegrond, het hoger beroep van de minister gegrond, vernietigt het vonnis van de rechtbank en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het hoger beroep van de minister gegrond, waarbij het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd.