ECLI:NL:RVS:2007:BB6840
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- M.G.J. Parkins de Vin
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen uitspraak over voortvarendheid bij indienen claim vreemdelingenbewaring
De vreemdeling werd op 10 augustus 2007 in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank had het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard en de bewaring per 29 augustus 2007 opgeheven, met toekenning van schadevergoeding. De staatssecretaris stelde zich op het standpunt dat hij voldoende voortvarendheid had betracht bij het indienen van een claim bij de Franse autoriteiten op 21 augustus 2007, nadat de benodigde originele documenten op 14 augustus 2007 per post aan het Bureau Dublin waren verzonden.
De Raad van State oordeelde dat de termijn van vijf werkdagen tussen verzending van de claim en indiening bij de Franse autoriteiten niet onredelijk lang was en dat geen sprake was van onvoldoende voortvarendheid. Ook de persoonlijke omstandigheden van de vreemdeling, die ruim 26 jaar in Frankrijk verbleef en familie daar had, gaven geen aanleiding tot een ander oordeel.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Tevens wees de Raad het verzoek om schadevergoeding af en zag af van proceskostenveroordeling. Hiermee werd bevestigd dat de staatssecretaris rechtmatig had gehandeld volgens de Vreemdelingenwet 2000 en het beleid omtrent uitzetting.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.