Uitspraak
200602517/1komen deze kosten in het onderhavige geval niet voor vergoeding in aanmerking.
Raad van State
Bij besluit van 20 december 2006 verleende het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant een revisievergunning voor een mengvoerfabriek. Appellanten stelden beroep in tegen dit besluit met bezwaren over milieueffecten zoals geur, geluid en stofemissies.
De Raad van State oordeelde dat delen van het beroep niet-ontvankelijk waren wegens het ontbreken van zienswijzen. De Afdeling bestuursrechtspraak beoordeelde vervolgens de inhoudelijke gronden, waaronder de vraag of een milieueffectrapportage verplicht was, de volledigheid van de vergunningsaanvraag, en de motivering van de geur- en geluidvoorschriften.
De Raad concludeerde dat de vergunning niet juist was gemotiveerd, met name omdat de hogere geurnorm niet voldoende was onderbouwd en de geluidontheffing onzorgvuldig was voorbereid. Ook waren stofemissienormen onduidelijk en onvoldoende beschermend. Daarom werd het besluit vernietigd. Het beroep van appellanten sub 1 werd gegrond verklaard, dat van appellante sub 2 ongegrond. Proceskosten werden deels toegewezen.
Uitkomst: Het besluit tot verlening van de revisievergunning wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van geur- en geluidvoorschriften.