Uitspraak
200506015/1. De Afdeling deelt het oordeel van de voorzieningenrechter dat de omstandigheden in de onderhavige zaak anders zijn, aangezien appellante in het bezit is gesteld van de nieuwe adviezen teneinde daarop te kunnen reageren.
Raad van State
Appellante, Stichting Sam Sam, verzocht de burgemeester van Rotterdam om een exploitatievergunning en nachtontheffing voor haar horecagelegenheid aan de Atjehstraat 79a-b. De burgemeester weigerde deze vergunningen op grond van het gevaar voor de openbare orde en nadelige invloed op het woon- en leefklimaat, mede vanwege de ligging in een woongebied met reeds bestaande horecagelegenheden met nachtontheffing.
Na een bezwaarprocedure en een uitspraak van de voorzieningenrechter die het bezwaar ongegrond verklaarde, stelde appellante hoger beroep in bij de Raad van State. Appellante voerde onder meer aan dat zij niet opnieuw mondeling was gehoord over nieuwe adviezen die tijdens de hoorzitting waren overgelegd en dat de burgemeester onterecht geen proefvergunning had verleend.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat appellante voldoende gelegenheid had gekregen om schriftelijk te reageren en dat de burgemeester terecht had geweigerd de vergunningen te verlenen vanwege de ernstige overlast en het verminderingsbeleid in het woongebied. De Raad van State bevestigde de uitspraak van de voorzieningenrechter en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 24 oktober 2007.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de weigering van de exploitatievergunning en nachtontheffing bevestigd.