Uitspraak
200605047/1overwogen dat het college zich bij het verlenen van de vrijstelling met toepassing van artikel 19, eerste lid, van de WRO vooralsnog ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat de bedrijfsactiviteiten van appellante, behorende tot milieucategorie 4, op grond van de overgangsbepalingen van het bestemmingsplan ter plaatse toelaatbaar zijn. De rechtbank heeft overwogen dat, gelet hierop, de ruimtelijke onderbouwing van de vrijstelling, die ervan uitgaat dat ter plaatse bedrijvigheid in milieucategorie 4 kan worden gevestigd, tekort schiet, zodat het college niet bevoegd was met toepassing van artikel 19, eerste lid, van de WRO vrijstelling te verlenen.
200102356/1(AB 2003, 43) verstaat de Afdeling onder een besluit als bedoeld in artikel 6:18, eerste lid, van de Awb mede het niet tijdig nemen van een nieuw besluit na vernietiging door de rechter in eerste aanleg van de oorspronkelijke beslissing op bezwaar.