Uitspraak
200407365/1, de voorschriften die zijn verbonden aan een krachtens de Wet milieubeheer verleende vergunning alleen betrekking hebben op in de desbetreffende inrichting plaatsvindende of ten behoeve daarvan aangevraagde activiteiten.
Raad van State
De zaak betreft het besluit van 21 november 2006 waarbij het college van gedeputeerde staten van Zeeland aan Cargill Benelux B.V. een revisievergunning verleende voor het totale terrein, met uitzondering van de satellites en delen in gebruik bij derden. De vergunning betreft milieuaspecten die voor de gehele inrichting gelden en op bedrijfsniveau moeten worden beoordeeld.
Appellant stelde dat de vergunning onvoldoende bescherming biedt tegen geur- en geluidoverlast en dat onvoldoende onderzoek was gedaan naar luchtkwaliteit en fijnstofemissies. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft geoordeeld dat de gehanteerde systematiek van een sitevergunning gecombineerd met satellitevergunningen neerkomt op een deelrevisievergunning die onjuist is toegepast.
De vergunning is namelijk verleend in termen van milieubelasting, terwijl de Wet milieubeheer voorschrijft dat vergunningen moeten worden verleend voor activiteiten, niet voor milieubelasting. Omdat de sitevergunning voorschriften bevat voor milieuaspecten die betrekking hebben op de gehele inrichting, waaronder ook activiteiten die niet bij dit besluit zijn vergund, voldoet het besluit niet aan de wettelijke eisen.
Daarom is het beroep gegrond verklaard en het besluit vernietigd. De overige beroepsgronden behoeven geen bespreking. Tevens is het betaalde griffierecht aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot verlening van de revisievergunning wordt vernietigd.