ECLI:NL:RVS:2007:BB5505
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Weigering verblijfsvergunning kennismigrant wegens onvoldoende aannemelijkheid nakoming arbeidsovereenkomst
De zaak betreft het hoger beroep van de minister van Buitenlandse Zaken tegen een uitspraak van de rechtbank die de weigering van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor een kennismigrant en zijn gezin onterecht achtte. De minister had de aanvraag geweigerd omdat het overeengekomen salaris niet marktconform was en de werkgever niet aannemelijk had gemaakt dat de vreemdeling gekwalificeerd was voor de functie van chef-kok.
De rechtbank had geoordeeld dat alleen het salariscriterium relevant was en dat er geen ruimte was voor toetsing aan andere criteria zoals ervaring of kwalificatie. De Raad van State stelt echter dat de minister terecht ook andere aspecten heeft betrokken bij zijn oordeel, waaronder de kwalificaties en ervaring van de vreemdeling, en dat het niet aannemelijk is dat de arbeidsovereenkomst daadwerkelijk zal worden nagekomen.
De Raad van State vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van de minister gegrond. De beroepen van de vreemdelingen tegen de besluiten van 6 december 2006 worden ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard en de beroepen van de vreemdelingen tegen de weigering van de mvv worden ongegrond verklaard.