Uitspraak
200601049/1(JV 2006/359), is voor de beantwoording van de vraag of sprake is van een schijnhuwelijk het oogmerk bij het aangaan van dat huwelijk bepalend en komt aan latere ontwikkelingen geen betekenis toe. Dat feiten en omstandigheden door tijdsverloop eventueel zijn veranderd, dat bijvoorbeeld inmiddels wel sprake is van directe communicatie tussen appellant en [partner], neemt dan ook niet weg dat naar redelijk vermoeden het oogmerk van de echtgenoten, of één hunner, ten tijde van het opmaken van de huwelijksakte, gelet op de feiten en omstandigheden zoals die ten tijde van de primaire besluitvorming bekend waren, niet was gericht op de vervulling van de door de wet aan de huwelijkse staat verbonden plichten, doch op het verkrijgen van toelating tot Nederland.