ECLI:NL:RVS:2007:BB4687
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- B.J. van Ettekoven
- C.H.M. van Altena
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vergoeding planschade wegens bestemmingsplanwijziging buitengebied
Verzoekster, eigenaar sinds 1967 van een perceel in het buitengebied, vorderde vergoeding van planschade omdat het nieuwe bestemmingsplan permanente bewoning verbood, terwijl dat onder het oude uitbreidingsplan was toegestaan. De gemeenteraad wees het verzoek af, maar de rechtbank verklaarde het beroep gegrond en kende €75.000,- vergoeding toe.
De gemeenteraad stelde hoger beroep in bij de Raad van State, stellende dat er geen planologisch nadeel was omdat permanente bewoning nooit was gerealiseerd en de wijziging voorzienbaar was gezien het streekplan en de ouderdom van het oude plan. Ook werd betoogd dat de brief van 1967 geen recht gaf op permanente bewoning.
De Raad van State oordeelde dat het uitbreidingsplan geen gebruiksverbod bevatte en permanente bewoning feitelijk was toegestaan. Het bestemmingsplan verbood dit uitdrukkelijk, waardoor sprake was van planologisch nadeel. Verder was de planologische mutatie voor verzoekster niet voorzienbaar op grond van algemene bepalingen in het streekplan. De brief uit 1967 gaf een positief standpunt weer omtrent permanente bewoning. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd, met een proceskostenveroordeling tegen de gemeente.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond verklaard; vergoeding planschade van €75.000,- bevestigd.