Uitspraak
200205632/1maakt de omstandigheid dat de vereniging als beroepsgerechtigde belanghebbende is, wat daar van zij, dit niet anders.
Raad van State
Bij besluit van 1 december 2005 verleende het college van burgemeester en wethouders van Harlingen aan Haven Front B.V. een bouwvergunning en vrijstelling voor de bouw van een appartementengebouw aan de Willemskade te Harlingen. Vereniging Oud Harlingen stelde bezwaar tegen het besluit, dat door het college niet-ontvankelijk werd verklaard. De rechtbank Leeuwarden oordeelde dat het bezwaar van de vereniging niet-ontvankelijk was, maar vernietigde de besluiten voor de bezwaren van de Belangenvereniging en een wederpartij.
Het college, Haven Front B.V. en de vereniging stelden hoger beroep in bij de Raad van State. De vereniging betoogde dat haar bezwaar wel tijdig was ingediend, maar dit werd verworpen omdat zij niet als belanghebbende kon worden aangemerkt. Verder werd betwist of vrijstelling nodig was voor bepaalde planvoorschriften, waaronder de hoogte van gevelopeningen en de maximale bouwhoogte.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat de vereniging geen belanghebbende was en dat het college bevoegd was vrijstelling te verlenen voor de bouwhoogte. Ook werd bevestigd dat de planvoorschriften met betrekking tot de gevelopeningen ruimtelijke relevantie hebben en dat het college terecht vrijstelling verleende op grond van een redelijke belangenafweging. De beroepen van de Belangenvereniging en de wederpartij werden ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank werd bevestigd met verbetering van de gronden.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart de beroepen van de Belangenvereniging en wederpartij ongegrond.