ECLI:NL:RVS:2007:BB4301
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- P.A. Offers
- C.H.M. van Altena
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing tegemoetkoming schade veldmuizen aan worteloogst 2004
Het bestuur van het Faunafonds kende appellanten een tegemoetkoming van €6.306 toe voor schade door veldmuizen aan hun worteloogst in 2004. Appellanten maakten bezwaar tegen de hoogte van de vergoeding, stellende dat ook het onverkoopbare deel van de oogst vergoed moest worden vanwege de kosten van sorteren.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond, waarna zij hoger beroep instelden bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het Faunafonds uitsluitend schadevergoeding kan verlenen voor het daadwerkelijk door vraat beschadigde deel van de oogst, conform de Regeling vaststelling beleidsregels schadevergoeding Faunafonds.
De taxateur had vastgesteld dat 30% van de worteloogst was aangevreten, waarop het Faunafonds een tegemoetkoming van 95% van de schade had toegekend vanwege bijzondere omstandigheden. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank terecht geen aanleiding zag om ook het onverkoopbare deel te vergoeden, omdat dit niet direct door vraat was veroorzaakt.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.