ECLI:NL:RVS:2007:BB4264
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- R. van der Spoel
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ongewenstverklaring vreemdeling bij veroordeling tot geldboete
De zaak betreft het hoger beroep van de Staatssecretaris van Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank 's Gravenhage die het beroep van een vreemdeling tegen zijn ongewenstverklaring gegrond verklaarde. De vreemdeling was op grond van artikel 67 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 ongewenst verklaard vanwege een veroordeling tot een geldboete van €350 wegens beschadiging van auto's.
De kern van het geschil betrof de uitleg van paragraaf B1/2.2.4.4 van de Vreemdelingencirculaire 2000, waarin categorieën van misdrijven worden opgesomd die aanleiding kunnen geven tot ongewenstverklaring. De beleidsregel noemt veroordelingen tot gevangenisstraffen, taakstraffen en het aanvaarden van transactieaanbod, maar vermeldt niet expliciet geldboetes.
De rechtbank had geoordeeld dat een geldboete niet in de beleidsregel was opgenomen en derhalve niet kon worden meegewogen. De Staatssecretaris stelde dat de opsomming niet uitputtend was en dat de beleidsregel ook veroordelingen tot geldboetes omvatte. De Raad van State oordeelde dat het niet noemen van geldboetes een kennelijke omissie was en dat deze veroordelingen wel degelijk onder de beleidsregel vallen.
Desondanks werd het hoger beroep ongegrond verklaard omdat de vreemdeling ten onrechte niet op zijn bezwaren was gehoord, een overweging die door de Staatssecretaris niet was bestreden. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en het besluit van 9 februari 2006 vernietigd. De Staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van de Staatssecretaris ongegrond, waarbij het besluit tot ongewenstverklaring wordt vernietigd wegens schending van het hoor en wederhoor.