ECLI:NL:RVS:2007:BB3330
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake ongewenstverklaring vreemdeling wegens termijntoepassing
De zaak betreft een hoger beroep van de Staatssecretaris van Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank 's Gravenhage, waarin het besluit tot ongewenstverklaring van een vreemdeling werd vernietigd. De rechtbank had geoordeeld dat de minister in het kader van zijn afwijkingsbevoegdheid het besluit van 12 september 2005 nader had moeten motiveren en de vreemdeling had moeten horen in de bezwaarprocedure.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State stelt vast dat de rechtbank ten onrechte heeft aangenomen dat de omstandigheden van de vreemdeling aanleiding geven tot afwijking van het beleid zoals neergelegd in paragraaf B1/2.2.4.1 van de Vreemdelingencirculaire 2000. Dit beleid bepaalt eenduidig de aanvang van de termijn voor toepassing van artikel 4:84 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, waarbij persoonlijke omstandigheden die de termijn beïnvloeden niet relevant zijn.
Verder oordeelt de Afdeling dat het niet horen van de vreemdeling in de bezwaarprocedure niet onrechtmatig was, omdat het beleid duidelijk is en geen afwijking daarvan gerechtvaardigd was. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.