ECLI:NL:RVS:2007:BB2939
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- W. van den Brink
- S.J.E. Horstink-von Meyenfeldt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering bouwvergunning woongebouw, kantoorruimte en bedrijfshal te Soest
Het college van burgemeester en wethouders van Soest heeft meerdere malen geweigerd bouwvergunningen te verlenen voor het bouwen van een woongebouw, kantoorruimte met bovenwoningen en een bedrijfshal op een perceel te Soest. Appellant heeft hiertegen bezwaar gemaakt en beroep ingesteld bij de rechtbank Utrecht, die het beroep deels gegrond verklaarde en de weigeringen voor het woongebouw en de kantoorruimte herroepen, maar het beroep tegen de weigering voor de bedrijfshal ongegrond verklaarde.
Appellant stelde in hoger beroep dat de wijzigingen in de bouwtekeningen van maart 2004 slechts van ondergeschikte aard waren en dat het college de vergunningen had moeten verlenen. De Raad van State oordeelde dat de wijzigingen, met name de aanpassing van de dakconstructies, niet van ondergeschikte aard zijn en dat het college terecht de nieuwe tekeningen als nieuwe aanvragen heeft behandeld.
Verder betoogde appellant dat de bedrijfshal niet als hoofdgebouw kon worden aangemerkt, omdat het woongebouw of kantoor met bovenwoningen het hoofdgebouw zou zijn. De Raad van State bevestigde dat bij de beoordeling alleen de aanwezige bebouwing ten tijde van het besluit in aanmerking kon worden genomen en dat de bedrijfshal terecht als hoofdgebouw is aangemerkt. Omdat de bedrijfshal niet binnen de bouwgrenzen lag en te dicht bij de perceelsgrenzen stond, is de bouw in strijd met het bestemmingsplan.
Een beroep op het gelijkheidsbeginsel om vrijstelling te verkrijgen werd buiten beschouwing gelaten omdat dit betoog niet eerder was aangevoerd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.