ECLI:NL:RVS:2007:BB2783
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- P.A. Offers
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak over beperkte vrijstelling mvv-vereiste bij verblijfsvergunningen
De zaak betreft het hoger beroep van de Staatssecretaris van Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank ’s Gravenhage waarin een vreemdeling in het gelijk werd gesteld na afwijzing van haar aanvragen voor verblijfsvergunningen regulier voor bepaalde tijd. De vreemdeling had zich als schrijnend geval aangemeld en meerdere aanvragen ingediend, die door de minister werden afgewezen.
De Raad van State overweegt dat het beleid, zoals neergelegd in paragraaf B1/2.2.1 van de Vreemdelingencirculaire 2000 en gewijzigd bij WBV 2005/46, uitsluitend vrijstelling van het mvv-vereiste verleent aan vreemdelingen die een aanvraag hebben gedaan via een '14-1-brief'. Dit beleid strekt niet tot vrijstelling bij andere verzoeken, ook niet als een tweede '14-1-brief' is ingediend. De minister is in het bestreden besluit teruggekomen op een eerdere toezegging om een tweede brief mee te wegen.
Hoewel de staatssecretaris klaagt dat de rechtbank het beleid verkeerd heeft uitgelegd, oordeelt de Raad dat de klacht niet slaagt. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat het besluit onvoldoende zorgvuldig en gemotiveerd was en dat de vreemdeling ten onrechte niet in bezwaar is gehoord. Deze gronden kunnen de vernietiging van het besluit dragen. De Raad bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.