ECLI:NL:RVS:2007:BB2513
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- C.H.M. van Altena
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging vergunningen visserij Reeuwijkse Plassen wegens onjuiste beleidsuitvoering
Bij drie besluiten van 24 maart 2006 verleende de Kamer voor de Binnenvisserij vergunningen voor het vissen op de Reeuwijkse Plassen, met uitzondering van het electrovisapparaat. Na bezwaar van de Vereniging van Watereigenaren en Rechthebbende Gebruikers (VWR) werden deze besluiten op 21 juli 2006 herroepen. De voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Gravenhage vernietigde vervolgens deze herroepingsbesluiten en bepaalde dat de Kamer opnieuw moest beslissen op het bezwaar van de VWR.
In hoger beroep betwistte de Kamer de uitspraak van de voorzieningenrechter en voerde aan dat het gewijzigde beleid, dat terughoudendheid betracht bij het verlenen van nieuwe visvergunningen vanwege een geschil tussen twee visserijorganisaties, binnen haar bevoegdheid viel. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de Kamer de toestemming slechts mag weigeren indien de visstand onaanvaardbaar wordt aangetast. Nu de visstand goed was en het gewijzigde beleid leidde tot een onredelijke afwijzing van vergunningaanvragen, overschreed de Kamer haar bevoegdheid.
De Afdeling verwierp ook andere bezwaren van de VWR, zoals het niet naleven van voorwaarden voor medewerking aan een visbeheercommissie, omdat een dergelijke commissie nog niet was opgericht. Het hoger beroep van de Kamer werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd. De Kamer werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan de wederpartijen.
Uitkomst: Het hoger beroep van de Kamer wordt ongegrond verklaard en de vernietiging van de vergunningen wordt bevestigd.