ECLI:NL:RVS:2007:BB1851
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- P.A. Offers
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over motivering schrijnendheid bij discretionaire bevoegdheid vreemdelingen
De zaak betreft het hoger beroep van de Minister van Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank 's Gravenhage die het besluit van 28 maart 2006 vernietigde. Dit besluit betrof de afwijzing van een verzoek van een vreemdeling om gebruik te maken van de discretionaire bevoegdheid wegens schrijnendheid van het geval.
De minister stelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat het ontbreken van algemene criteria voor de toepassing van deze discretionaire bevoegdheid leidde tot strijd met het verbod op willekeur en de eis van stelselmatigheid. De minister verwees naar een eerdere uitspraak van de Afdeling van 21 december 2006 die ruimte liet voor een beoordeling van schrijnendheid zonder vaste regels.
De Raad van State oordeelde echter dat, ondanks de juistheid van de grieven, deze niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank konden leiden. De motivering van het besluit van 28 maart 2006 voldeed niet aan de eisen die aan de beoordeling van schrijnendheid gesteld moeten worden. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 5 juli 2007 door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De Raad van State verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank wegens onvoldoende motivering van het besluit over schrijnendheid.