ECLI:NL:RVS:2007:BB1415
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- H. Troostwijk
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing aanvraag verblijfsvergunning regulier wegens middelenvereiste
De vreemdeling had een aanvraag ingediend tot wijziging van de beperking van haar verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd. De minister had deze aanvraag terecht als een nieuwe aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning beoordeeld en afgewezen vanwege het niet voldoen aan het middelenvereiste.
De rechtbank had het besluit van de minister vernietigd omdat zij van oordeel was dat de minister onvoldoende had gemotiveerd waarom de middelen van bestaan van de vreemdeling buiten beschouwing waren gelaten. De staatssecretaris stelde echter dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat artikel 3.22 van het Vreemdelingenbesluit 2000 niet van toepassing was, ook al verbleef de vreemdeling al in Nederland en kwam zij niet ten laste van de openbare middelen.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank de wet verkeerd had toegepast en dat het middelenvereiste onverkort van toepassing bleef. Ook werd geoordeeld dat de belangenafweging van de minister, waarbij werd meegewogen dat het gezinsleven elders kan worden voortgezet en dat er uitzicht is op gezinsvorming, niet onredelijk was.
Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard. Er werd geen aanleiding gezien tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.