ECLI:NL:RVS:2007:BB1365
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B. van Wagtendonk
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak over samenwerkingsplicht bij asielaanvraag en taalanalyseverplichting
Appellante had bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd door de Staatssecretaris van Justitie. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep ongegrond. Appellante stelde dat artikel 4, eerste lid, van de Definitierichtlijn een nieuwe samenwerkingsplicht oplegt die de staatssecretaris zou verplichten een taalanalyse te laten uitvoeren.
De Raad van State overwoog dat dit artikel weliswaar een samenwerkingsplicht bevat, maar deze beperkt is tot het in de gelegenheid stellen van de vreemdeling om elementen ter staving van het asielverzoek in te dienen en het mededelen van de beoordeling daarvan. Er bestaat geen grond voor het oordeel dat de staatssecretaris gehouden is een taalanalyse te laten verrichten bij twijfel over identiteit en nationaliteit.
Verder werd benadrukt dat bij herhaalde aanvragen het beoordelingskader van eerdere beslissingen in principe geldt, tenzij er nieuwe feiten, veranderde omstandigheden of relevante wetswijzigingen zijn. In dit geval was geen sprake van een relevante wijziging van het recht of bijzondere omstandigheden.
Het hoger beroep werd daarom kennelijk ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt kennelijk ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd.