ECLI:NL:RVS:2007:BB0922
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- T.M.A. Claessens
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dat vergoeding legeskosten niet als buitengewone kosten wordt toegekend door COA
Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) wees het verzoek van een vreemdeling om vergoeding van legeskosten voor verlenging van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af, omdat deze kosten volgens artikel 17, vijfde lid, van de Regeling verstrekkingen asielzoekers (Rva) 2005 niet als buitengewone kosten worden vergoed. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank, die het besluit vernietigde en het COA opdroeg een nieuw besluit te nemen met inachtneming van haar overwegingen.
Het COA stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State. De Raad overwoog dat artikel 17 van Pro de Rva 2005 een algemeen verbindend voorschrift is waarvan het COA niet kan afwijken. Omdat legeskosten niet als buitengewone kosten worden vergoed en het zesde lid van artikel 17 niet Pro van toepassing was, kon het COA volstaan met een verwijzing naar deze regeling in zijn besluit. Het eerdere wel honoreren van een soortgelijk verzoek door het COA deed hieraan niet af.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Daarmee werd bevestigd dat vergoeding van legeskosten niet tot de buitengewone kosten behoort die het COA vergoedt. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond en bevestigt dat vergoeding van legeskosten niet als buitengewone kosten wordt toegekend door het COA.