ECLI:NL:RVS:2007:BA9839
Raad van State
- Hoger beroep
- P. van Dijk
- J.C.K.W. Bartel
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing intrekking bouwvergunning voor berging ondanks onjuiste goothoogtegegevens
Het college van burgemeester en wethouders van Maasdriel weigerde het verzoek van appellant om een bouwvergunning voor een berging op het perceel van vergunninghouder in te trekken en handhavend op te treden tegen een illegale fundering. Appellant stelde dat vergunninghouder onjuiste gegevens had verstrekt over de goothoogte van de garage van appellant, waardoor de vergunning onterecht was verleend.
De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het hoger beroep behandeld en overwogen dat het college bevoegd, maar niet verplicht is tot intrekking van een bouwvergunning bij onjuiste gegevens, waarbij een belangenafweging plaatsvindt.
Hoewel de goothoogte van de berging niet gelijk is aan die van de garage van appellant, was de situering van de berging zodanig dat de voorgevels op één lijn liggen, wat voor de welstandscommissie en het college van wezenlijk belang was. Het verschil in goothoogte vormde geen reden voor intrekking. De rechtbank heeft het beroep terecht ongegrond verklaard en de Raad van State bevestigt deze uitspraak. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat het college terecht het verzoek tot intrekking van de bouwvergunning heeft afgewezen.