Uitspraak
200506294/1, heeft de Afdeling het door appellanten daartegen ingestelde hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de voorzieningenrechter van 9 juni 2005 vernietigd, het door appellanten bij de rechtbank ingestelde beroep gegrond verklaard en het besluit van 8 maart 2005 vernietigd.
200506294/1, (AB 2006, 236), heeft de Afdeling overwogen dat de hier aan de orde zijnde vrijstelling en bouwvergunning zijn verleend op basis van de op 22 september 2003 ingediende nieuwe bouwaanvraag en niet op basis van de bouwaanvraag van 9 november 2000. Voor zover appellanten betwisten dat van de aanvraag 22 september 2003 kon worden uitgegaan, faalt het betoog, reeds gezien het in de uitspraak gegeven oordeel.
200506294/1, heeft de Afdeling het besluit op bezwaar van 8 maart 2005 vernietigd omdat de in artikel 19, tweede lid, van de WRO genoemde lijst van door gedeputeerde staten aangegeven categorieën van gevallen niet volgens de in de Provinciewet voorgeschreven wijze was bekendgemaakt en derhalve het college niet bevoegd was voor het bouwplan vrijstelling ingevolge dat artikel te verlenen.
200201760/1(Gst. 2003, 7182, 51) kunnen aan de ruimtelijke onderbouwing van een project minder zware eisen worden gesteld, naarmate de inbreuk van dat project op het bestaande planologische regime geringer is.