Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RVS:2007:BA9467

Raad van State

Datum uitspraak
2 juli 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200700320/1
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • H.G. Lubberdink
  • H. Troostwijk
  • S.J.E. Horstink von Meyenfeldt
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:68 AwbArt. 8:54 AwbArt. 44 Wet op de Raad van State
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Raad van State vernietigt uitspraak rechtbank en wijst zaak terug wegens onvoldoende motivering afwijzing heropening onderzoek

Appellant had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie op 16 februari 2006 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond in een uitspraak van 18 december 2006. Appellant stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State.

Een belangrijk geschilpunt was dat appellant na sluiting van het onderzoek ter zitting nieuwe stukken overlegde waaruit bleek dat hij nooit een transactieaanbod had aanvaard in verband met een misdrijf. De rechtbank weigerde echter zonder nadere motivering het verzoek om heropening van het onderzoek te honoreren.

De Raad van State oordeelde dat de rechtbank dit verzoek niet zonder nadere motivering had mogen afwijzen, gelet op de aard, inhoud en strekking van de overgelegde stukken. Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor hernieuwde behandeling met inachtneming van deze overwegingen.

De Raad van State reserveerde de beslissing over de proceskosten in hoger beroep tot de einduitspraak van de rechtbank.

Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling met nadere motivering over het verzoek tot heropening van het onderzoek.

Uitspraak

200700320/1.
Datum uitspraak: 2 juli 2007
RAAD VAN STATE
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[appellant],
appellant,
tegen de uitspraak in zaak no. AWB 06/13108 van de rechtbank 's Gravenhage, nevenzittingsplaats 's-Hertogenbosch, van 18 december 2006 in het geding tussen:
appellant
en
de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie.
1. Procesverloop
Bij besluit van 16 februari 2006 heeft de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Dit besluit is aangehecht.
Bij uitspraak van 18 december 2006, verzonden op 19 december 2006, heeft de rechtbank ’s Gravenhage, nevenzittingsplaats 's-Hertogenbosch (hierna: de rechtbank), het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft appellant bij brief, bij de Raad van State binnengekomen op 12 januari 2007, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.
Bij brief van 26 januari 2007 heeft de Minister van Justitie een reactie ingediend.
Vervolgens is het onderzoek gesloten.
2. Overwegingen
2.1. Appellant klaagt onder meer dat de rechtbank in de na sluiting van het onderzoek ter zitting overgelegde stukken, waaruit blijkt dat hij terzake van een misdrijf nimmer een transactieaanbod heeft aanvaard, ten onrechte geen aanleiding heeft gezien om het verzoek om heropening van het onderzoek te honoreren.
2.1.1. Ingevolge artikel 8:68, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan de rechtbank, indien zij van oordeel is dat het onderzoek niet volledig is geweest, dat heropenen. Dit is een bevoegdheid die ter discretie van de rechtbank staat en waarvan de toepassing doorgaans geen nadere motivering behoeft. Echter, gelet op de aard, inhoud en strekking van de door appellant aan het verzoek om heropening ten grondslag gelegde stukken, had de rechtbank dat verzoek in dit geval niet zonder nadere motivering mogen afwijzen. De grief slaagt.
2.2. Het hoger beroep is reeds hierom kennelijk gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. Gelet hierop behoeven de overige grieven geen bespreking. De Afdeling zal de zaak met toepassing van artikel 44, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wet op de Raad van State naar de rechtbank terugwijzen om te worden behandeld en beslist met inachtneming van hetgeen in de uitspraak is overwogen.
2.3. De Afdeling zal de beslissing omtrent de proceskosten in hoger beroep reserveren tot de einduitspraak van de rechtbank die ook over deze proceskosten zal dienen te oordelen.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
I. verklaart het hoger beroep gegrond;
II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage, nevenzittingsplaats 's Hertogenbosch, van 18 december 2006 in zaak no. AWB 06/13108;
III. wijst de zaak naar de rechtbank terug;
IV. stelt de door appellant in verband met de behandeling van het hoger beroep gemaakte kosten vast op een bedrag van € 322,00 (zegge: driehonderdtweeëntwintig euro), en bepaalt dat de rechtbank beslist omtrent de vergoeding van deze kosten.
Aldus vastgesteld door mr. H.G. Lubberdink, Voorzitter, en mr. H. Troostwijk en mr. S.J.E. Horstink von Meyenfeldt, Leden, in tegenwoordigheid van mr. O. van Loon, ambtenaar van Staat.
w.g. Lubberdink
Voorzitter
w.g. Van Loon
ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 2 juli 2007
284-534.
Verzonden:
Voor eensluidend afschrift,
de Secretaris van de Raad van State,
voor deze,
mr. H.H.C. Visser,
directeur Bestuursrechtspraak