Uitspraak
200601297/1(AB 2007, 141), biedt de omstandigheid dat de vrijstelling geacht moet worden te zijn verleend voor maximaal vijf jaren op zichzelf onvoldoende waarborg dat slechts sprake is van een tijdelijke situatie. Teneinde het tijdelijke karakter te mogen aannemen, dienen daartoe concrete, objectieve gegevens voorhanden zijn. Bij het ontbreken daarvan is toepassing van artikel 17 van Pro de WRO niet mogelijk.