ECLI:NL:RVS:2007:BA9255
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering wijziging bestemmingsplan en bouwvergunning bedrijfsgebouw
Appellante verzocht om wijziging van het bestemmingsplan en om vrijstelling en bouwvergunning voor een bedrijfsgebouw van circa 570 m2 en 5,60 meter hoog op een perceel te Pijnacker-Nootdorp. Het college van burgemeester en wethouders weigerde dit op 20 april 2004, waarna bezwaar en beroep bij de rechtbank werden afgewezen. Appellante stelde in hoger beroep dat haar bedrijf voornamelijk gericht was op kassenbouw en grondwerkzaamheden voor de tuinbouw, maar deze activiteiten bleken niet uit de bouwaanvraag en bijbehorende stukken.
Het bestemmingsplan bestempelt het perceel als 'Agrarische doeleinden, klasse D', waarbij alleen aan de grond gebonden agrarische bedrijven en bepaalde niet aan de grond gebonden agrarische bedrijven zijn toegestaan. Het bedrijf van appellante voldoet niet aan de definitie van een niet aan de grond gebonden agrarisch bedrijf, omdat haar diensten niet uitsluitend gericht zijn op agrarische bedrijven. Daarnaast voldoet het bouwplan niet aan de minimale afstandseisen tot de perceelsgrenzen.
Het college heeft het besluit tot weigering van de vrijstelling en bouwvergunning mede gebaseerd op gemeentelijk beleid (Structuurvisie Pijnacker 2001) en provinciaal beleid (streekplan Zuid-Holland West 2003), waarin het gebied is aangewezen als duurzaam glastuinbouwgebied. Activiteiten die dit kunnen belemmeren zijn ongewenst. Van bijzondere omstandigheden om van dit beleid af te wijken is niet gebleken. De Raad van State oordeelt dat het college en de rechtbank in redelijkheid tot hun besluiten zijn gekomen en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van het bestemmingsplan en de bouwvergunning wordt bevestigd.