Uitspraak
200304128/1, volgt dat in een geval als het onderhavige, waarin de Wet stankemissie veehouderijen in landbouwontwikkelings- en verwevingsgebieden en de Regeling stankemissie niet van toepassing zijn en het bevoegd gezag de richtlijn tot uitgangspunt heeft genomen, niet de in bijlage 1 bij de Regeling stankemissie maar de in bijlage 1 bij de richtlijn opgenomen omrekeningsfactoren kunnen worden aanvaard als de meest recente milieutechnische inzichten. De Voorzitter ziet geen aanleiding voor een ander oordeel.
200602676/1, heeft de Afdeling een eerder besluit van verweerder van 1 maart 2006 strekkende tot vergunningverlening op dezelfde aanvraag vernietigd. Aan deze vernietiging ligt ten grondslag dat verweerder naar het oordeel van de Afdeling zijn standpunt dat zich ter plaatse van het sportcomplex geen onaanvaardbare stankhinder voordoet onvoldoende had gemotiveerd. De Voorzitter stelt vast dat de motivering die verweerder op dit punt aan het thans bestreden besluit ten grondslag heeft gelegd ten opzichte van de motivering van het vernietigde besluit van 1 maart 2006 nieuwe elementen bevat.