ECLI:NL:RVS:2007:BA9158
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen voortduring vreemdelingenbewaring wegens te late indiening
Appellant was in vreemdelingenbewaring gesteld bij besluit van 13 oktober 2006. Tegen de uitspraak van de rechtbank ’s Gravenhage van 23 mei 2007, waarin het beroep tegen de voortduring van deze maatregel werd behandeld, stelde appellant hoger beroep in per faxbericht op 31 mei 2007. De wet voorziet niet in een mogelijkheid tot hoger beroep tegen uitspraken over voortduring van vrijheidsontnemende maatregelen en evenmin in een termijn daarvoor.
De Raad van State overweegt dat een hoger beroepschrift niet onredelijk laat moet worden ingediend, waarbij aansluiting wordt gezocht bij artikel 69, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Het hoger beroepschrift werd meer dan een week na de bekendmaking per fax ingediend, en er is niet gebleken dat het ook tijdig per post is bezorgd. Zonder bijzondere omstandigheden is de indiening per fax onredelijk laat.
Daarom verklaart de Afdeling bestuursrechtspraak het hoger beroep niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Raad van State op 27 juni 2007.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen de voortduring van vreemdelingenbewaring is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening van het hoger beroepschrift per fax zonder tijdige postbezorging.