Uitspraak
200501517/1dienen belanghebbenden in zo'n geval binnen twee weken nadat zij van het bestaan van het besluit op de hoogte zijn geraakt, hun bezwaren kenbaar te maken. Hiervoor is voldoende dat zij kennis hebben kunnen nemen van de strekking van het besluit. Uit de stukken, in het bijzonder de brief van 7 maart 2004, blijkt dat het appellanten in de zomer van 2003 duidelijk is geworden dat de in november 2002 gerealiseerde uitweg door het college was vergund, doch dat zij zich bij de ontstane situatie hebben neergelegd zolang op de uitweg slechts een bestelbus werd geparkeerd. Ook nadat het college voormelde brief als bezwaarschrift tegen het besluit van 20 februari 2003 had aangemerkt, hield dan ook stand het oordeel dat appellanten tegen dat besluit niet tijdig bezwaar hebben gemaakt. Daarbij is van belang dat, wat er ook zij van de omstandigheid dat de aanleg van de uitweg in het onderhavige geval al had plaatsgevonden voor de vergunningverlening, appellanten pas bij brief van het college van 29 maart 2004 in verwarring kunnen zijn geraakt omtrent de zin van het maken van bezwaar. De rechtbank heeft derhalve met juistheid overwogen dat het college appellanten in zoverre terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard in hun bezwaren.