ECLI:NL:RVS:2007:BA8192
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ambtshalve bevoegdheid bij afwijzing asielaanvraag en verblijfsvergunning alleenstaande minderjarige vreemdeling
In deze zaak heeft de Raad van State het hoger beroep van de Minister van Justitie behandeld tegen een uitspraak van de rechtbank die het beroep van een vreemdeling tegen de afwijzing van haar asielaanvraag en de weigering tot ambtshalve verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd gegrond verklaarde.
De Raad overweegt dat op grond van artikel 3.56, eerste lid, aanhef en onder a, van het Vreemdelingenbesluit 2000 de minister pas ambtshalve een verblijfsvergunning kan verlenen indien de asielaanvraag is afgewezen. Hierdoor is er een onlosmakelijke samenhang tussen de afwijzing van de asielaanvraag en de weigering van de ambtshalve vergunning.
De vernietiging van het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag brengt daarom ook mee dat de weigering van de ambtshalve vergunning eveneens voor vernietiging in aanmerking komt. De rechtbank heeft het beroep tegen die ambtshalve weigering ten onrechte niet gegrond verklaard. Het hoger beroep van de minister wordt dan ook ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Daarnaast wordt de Staatssecretaris van Justitie veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan de vreemdeling, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.