ECLI:NL:RVS:2007:BA8129
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.M. Boll
- P.A. Melse
- Rechtspraak.nl
Vernietiging last onder dwangsom wegens onjuiste bevoegdheid bestuursorgaan bij opslag cacaodoppen
Bij besluit van 5 juli 2006 legde het college van burgemeester en wethouders van Middelharnis aan appellant een last onder dwangsom op wegens het opslaan van meer dan 1.000 m³ cacaodoppen zonder milieuvergunning. Appellant stelde dat het bevoegd gezag niet de gemeente maar gedeputeerde staten van Zuid-Holland was, omdat de opslag viel onder categorie 28.4 van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de cacaodoppen afvalstoffen van buiten de inrichting zijn en dat de opslag sinds februari 2006 aanzienlijk meer dan 1.000 m³ bedroeg, met een voortzettingsvoornemen. Hierdoor valt de inrichting onder de bevoegdheid van gedeputeerde staten volgens artikel 8.2 Wm en bijlage I van het Besluit.
De Raad van State verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en het eerdere last onder dwangsombesluit, en bepaalde dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit. Tevens veroordeelde zij het college van burgemeester en wethouders tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van het college van burgemeester en wethouders wordt vernietigd wegens onjuiste bevoegdheid.