ECLI:NL:RVS:2007:BA7788
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtmatigheid afwijzing verblijfsvergunning wegens medische en documentaire gronden
De zaak betreft het hoger beroep van de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie tegen een uitspraak van de rechtbank die het beroep van een vreemdeling tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd gegrond had verklaard.
De minister stelde dat de vreemdeling, ondanks zijn medische klachten, in staat was om naar zijn land van herkomst te reizen en daar de behandeling van zijn aanvraag af te wachten. Het advies van het Bureau Medische Advisering (BMA) bevestigde dat de vreemdeling kon reizen en dat er in het land van herkomst adequate medische zorg beschikbaar was. De rechtbank had dit oordeel betwist, mede vanwege aanvullende medische verklaringen na het besluit.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte deze latere medische verklaringen bij de beoordeling betrok en dat het BMA-advies van 15 februari 2006 voldoende was om te concluderen dat het mvv-vereiste terecht werd toegepast. Tevens stelde de Raad vast dat de aanvragen van de vreemdeling niet onlosmakelijk verbonden waren, zodat het mvv-vereiste voor de aanvraag regulier onder medische behandeling terecht werd gehanteerd.
Daarnaast werd geoordeeld dat de vreemdeling geen geldige grensdocumenten kon overleggen en dat hij onvoldoende had gedaan om deze te verkrijgen, waardoor de aanvraag ook op die grond terecht werd afgewezen. De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit van de minister tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt bevestigd.