ECLI:NL:RVS:2007:BA7152
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins-de Vin
- C.H.M. van Altena
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtmatigheid vreemdelingenbewaring na strafrechtelijke detentie ondanks eerdere bewaring
De zaak betreft het hoger beroep van de staatssecretaris tegen een uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage die de vreemdelingenbewaring van een vreemdeling na diens strafrechtelijke detentie onrechtmatig achtte en de bewaring opheefde met toekenning van schadevergoeding.
De Raad van State overweegt dat de enkele omstandigheid dat de vreemdeling na strafrechtelijke detentie opnieuw in vreemdelingenbewaring wordt gesteld, niet automatisch onrechtmatigheid inhoudt, tenzij er een disproportionele belangenafweging is. De vreemdeling beschikte niet over identiteitspapieren, was ongewenst verklaard, had geen vaste verblijfplaats, was veroordeeld voor een misdrijf en gebruikte aliassen.
De staatssecretaris had tijdens de detentie onderzoek gedaan naar identiteit en nationaliteit, waarbij een nieuwe alias werd ontdekt. Dit werd onvoldoende geacht door de rechtbank, maar de Raad stelt dat dit onderzoek en de omstandigheden voldoende inspanning tonen om herhaling te voorkomen.
De Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond. Tevens wijst de Raad het verzoek om schadevergoeding af. Er is geen reden voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad van State verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond en bevestigt de vreemdelingenbewaring na strafrechtelijke detentie.